autobezit bij kredietacceptatie

Rekening houden met autobezit bij kredietacceptatie. Hoe zit dat?

  • Posted on
  • Posted in Algemeen

In April 2021 is de nieuwe berekening van de leennorm ingegaan. Dit betekent dat voor kredietacceptatie en -verstrekking met nieuwe aspecten rekening gehouden moet worden. Eén hiervan is dat rekening gehouden dient te worden of de kredietaanvrager in bezit is van een auto. In deze blog leggen wij uit op welke manier hier rekening mee gehouden wordt.

Wat is een leennorm?

Voordat diep ingegaan wordt op hoe autobezit van invloed is op de leennorm, is het eerst handig om te weten wat een leennorm is. Een leennorm is een berekening die kredietverstrekkers moeten maken om te bepalen wat voor lening iemand maximaal kan krijgen.

Elk jaar kijken het NVB, VFN, Nibud en AFM naar hoe de leennorm aangepast en verbeterd kan worden om consumenten zo goed mogelijk te beschermen tegen overkreditering. De leennorm is een vaste berekening met verschillende variabele zoals: gezinssituatie, woonsituatie en nu dus ook autobezit.

Waarom autobezit toevoegen?

Om een zo goed mogelijke berekening en inschatting te kunnen maken over hoeveel iemand kan lenen, dienen de grotere kosten van een huishouden in de leennorm opgenomen te worden. Een auto is iets dat in (zo goed als) elk huishouden wel voorkomt en een grote lastenpost kan zijn. Door autobezit mee te nemen in het kredietacceptatieproces kan beter bepaald worden hoeveel financiële ruimte iemand over heeft om te lenen.

Daarnaast zijn er verschillende manieren om een auto te financieren. In veel gevallen is er sprake van private lease. Dit betekent dat de consument eigenlijk al een lening  heeft lopen (op de auto) en nog een lening aanvraagt. Hier zal rekening mee gehouden worden in de berekening van de leennorm.

Hoe werkt het?

Bij de berekening van de leennorm wordt rekening gehouden met drie manieren waarop een consument in bezit kan zijn van een auto:

1. Auto in privébezit
2. Leaseauto via private lease
3. Leaseauto via werkgever die privé gebruikt wordt
Privébezit

Wanneer de consument een auto in privébezit heeft, dient een surplus opgeteld te worden bij de leennorm. De hoogte van dit surplus is afhankelijk van twee variabele: gezinssituatie en inkomen.

In de volgende tabel is te zien welk surplus bij welke situatie hoort:

Tabel auto privébezit

De combinatie van inkomen en gezinssituatie bepaalt hoeveel surplus opgeteld wordt bij de leennorm. Zoals in de tabel hierboven te zien zijn de opsommingen wanneer iemand tot modaal verdient het hoogst. Dit komt omdat deze groep minder ruimte heeft voor een lening en daardoor afhankelijker is van hun gehele inkomen.

Daarnaast is het surplus bij mensen met kinderen minder hoog dan mensen zonder kinderen. Deze groep heeft namelijk toch meer zekerheid door de kinderbijslag die zij ontvangen. Op basis van de aangeleverde gegevens kan het surplus van een aanvrager bepaald worden.

Leaseauto via private lease

Wanneer een kredietaanvrager in bezit is van een private leaseauto moet nog een extra berekening gemaakt worden. Bij private lease moet namelijk gekeken worden naar het BKR geregistreerde bedrag voor de private lease. Bij het BKR staat maar 65% van het totale leasebedrag geregistreerd. Dit is de financieringslast. Om het gehele bedrag te krijgen moet dan ook een kleine berekening gemaakt worden:

BKR geregistreerde bedrag / 0,65 = de volledige lease lasten van de aanvrager.

Maar de volledige lasten van de lease optellen bij de leennorm vinden het NVB, VFN, Nibud en AFM te veel. Hierdoor mag er nog een bedrag afgetrokken worden. Hierdoor ziet de som er als volgt uit:

(BKR geregistreerde bedrag / 0,65) – tabelbedrag voor private lease = surplus private lease.

Bij de onderstaande tabel wordt weer rekening gehouden met dezelfde twee variabele als bij autobezit: Gezinssituatie en inkomen.

tabel private lease
Leaseauto via werkgever die privé gebruikt wordt

Wanneer de kredietaanvrager via de werkgever leaset, wordt dit al verrekend bij het inkomen. Dit betekent dat er geen surplus meer opgeteld hoeft te worden op de leennorm. Bij deze berekening wordt o.a. gekeken naar de bijtelling en de eigen bijdrage die de aanvrager hieraan levert.

Dit is meer variabel en ligt aan hoeveel de aanvrager zijn eigen auto gebruikt, de bijtelling die bij de auto hoort en de eigen bijdrage die de aanvrager levert.

Conclusie

Deze nieuwe voorwaarde voor het berekenen van de leennorm zorgen ervoor dat de consument weer net iets beter beschermt is tegen overkreditering. Het maakt tegelijk ook het behandelen van de kredietaanvragen een stuk ingewikkelder.

Met onze jarenlange ervaring m.b.t. het beoordelen en accepteren van kredietaanvragen kunnen wij dit voor u uit handen nemen. Kijk op onze acceptatie pagina hoe wij een tailor-made solution voor jou kunnen ontwikkelen!

SHARE
BACK TO TOP

Categorieën